Vergeleken met de grote Europese wijnlanden lijkt Oostenrijk een beetje in het niet te vallen. Dat is niet zo vreemd: het land bezit veel minder hectare aan wijnbouwgrond dan bijvoorbeeld Frankrijk en Italië. Er wordt daarom ook veel minder wijn geproduceerd. De kwaliteit van de wijnen is daarentegen verrassend goed. Een aantal wijnen heeft zelfs grote internationale prijzen gewonnen. Dat is helaas nog maar bij een klein publiek bekend.
Oostenrijk heeft in de jaren '80 van de vorige eeuw een van de strengste wijnwetgevingen ter wereld ingevoerd. Oostenrijkse wijnen worden onderworpen aan talrijke controles.
Oostenrijk kent tientallen inheemse druivenrassen en produceert veel witte wijnen. De nationale trots van het land is de grüner veltliner. Deze druif beslaat bijna 40 % van alle wijngaarden. De kenmerkende lichte peperigheid wordt treffend omschreven als 'Pfefferl'. De rheinriesling doet het, ondanks zijn naam, erg goed langs de Donau. Deze wijn is wat krachtiger en droger dan die uit Duitsland, of de Elzas.
Ook de rode wijnen van de blauer zweigelt en blaufrankisch zijn bijzonder goed en vol van smaak. De meeste Oostenrijkse wijnen zijn varietals, wijnen gemaakt van één druivenras.


![droog, fris en fruitig wit [2] droog, fris en fruitig wit [2]](/_img/smaken/wit_droog_fris_fruitig.png)
![soepel en rond rood [1] soepel en rond rood [1]](/_img/smaken/rood_soepel_rond.png)
