Toscane is voor Italië wat Bordeaux is voor Frankrijk: het meest prestigieuze wijngebied van het land. De streek is de thuisbasis voor uitmuntende klassiekers als de Chianti, Brunello di Montalchino en de Vino Nobile di Montepulciano. Veranderingen in de wijnbouw starten vaak in Toscane. Hier is in de jaren '70 'de Renaissance van de wijn' begonnen.
Heuvels en zon typeren Toscane. Wijnranken profiteren van de vruchtbare bodem en het temperatuurverschil tussen dag en nacht. De beste wijnen uit Toscane worden gemaakt van de sangiovese. Zij krijgen hun rijke smaak en diepe, robijnrode kleur vooral na enkele jaren rijping. Jonge wijnen kunnen smaakvolle zachte en ronde trekken hebben. Op de koelere hellingen groeien de trebbiano en de chardonnay. Zij zorgen voor een karaktervol palet aan Toscaanse witte wijnen.
Uit Toscane komen ook de 'supertuscans'. Dit zijn rode kwaliteitswijnen waarvoor ook druivenrassen gebruikt worden die niet voorgeschreven zijn voor de regio. De eerste 'supertuscan' was de in 1970 door Antinori ontwikkelde Tignanello, waarvoor naast de sangiovese de cabernet sauvignon en de cabernet franc werd gebruikt.


![verfijnd en complex rood [4] verfijnd en complex rood [4]](/_img/smaken/rood_verfijnd_complex.png)
![vol en krachtig rood [1] vol en krachtig rood [1]](/_img/smaken/rood_vol_krachtig.png)
![droog, fris en fruitig wit [1] droog, fris en fruitig wit [1]](/_img/smaken/wit_droog_fris_fruitig.png)
