Champagne mag alleen champagne genoemd worden, als de wijn ook echt uit deze streek komt. Het speciale procedé waardoor de witte wijn in de bijzondere mousserende Champagne verandert, werd waarschijnlijk rond 1800 ontdekt door de monnik Dom Pérignon. Champagne van Dom Pérignon staat tegenwoordig te boek als een van de beste Champagnes ter wereld.
Champagnes zijn er in verschillende smaken. De belangrijkste zijn: brut (droog), extra dry (tamelijk droog), sec (half zoet) en demi-sec (zoet). Op een fles Champagne staat vaak geen jaartal omdat er verschillende wijnen van verschillende jaargangen zijn gebruikt. Hierdoor behoudt de Champagne jaar na jaar hetzelfde karakter.
Het kille klimaat in de Champagnestreek zorgt voor een hoog zuurgehalte in de druiven. De druivenrassen die voor Champagne gebruikt worden, zijn de witte chardonnay, de blauwe pinot noir en de blauwe pinot meunier, die ook wel zwarte riesling heet. De meeste Champagnes zijn een assemblagewijn: een samenstelling van deze drie druiven. Op de fles staat dan Cuvée. Wanneer alleen de witte chardonnay gebruikt wordt, staat er op het etiket Blanc de Blancs. Bij gebruik van alleen rode druiven staat er blanc de noirs op het etiket. Als er Cuvée Prestige op het etiket staat, is de Champagne van de best denkbare kwaliteit. Wereldwijd bekende Champagne huizen zijn onder andere Dom Perignon, Bollinger, Veuve Cliquot en Moët & Chandon.


![droog mousserend [2] droog mousserend [2]](/_img/smaken/mousserend_droog.png)
